Onlangs stond er een erg interessante annotatie in het Tijdschrift voor Bouwrecht van oktober 2021. Het ging om de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘ABRvS’) van 14 juli 2021. Deze handelde over de weigering van de gemeenteraad van Enschede om een bestemmingsplan vast te stellen. Het bestemmingsplan zou de bouw van een moskee mogelijk moeten maken. De gemeenteraad wilde daar om onduidelijke redenen niet aan.
Al langere tijd gaat het onder juristen over procedurele rechtvaardigheid. Daarbij gaat men ervan uit dat het hanteren van de juiste procedures bij de deelnemende partijen leidt tot een snellere acceptatie van de uitkomst van die procedures. Deze ‘heilige graal der rechtvaardigheid’ blijkt echter behoorlijk leeg te zijn. Want aan het einde van de dag gaat het toch om de inhoud van een oordeel. En het vellen daarvan is, hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk toch een uiting van macht. Hetgeen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de Toeslagenaffaire, de vraag opriep hoe ‘materieel’ rechtvaardig een machthebber (bestuurder, rechter) dient te zijn. Het belang van die vraag bleek vandaag weer eens uit een artikel over plagiaat in het AD.
De laatste tijd zijn er veel kwesties en vragen over het appartementsrecht. En dat is niet vreemd, want het appartementsrecht is een eigenaardige rechtsfiguur die desondanks zeer veel voorkomt. Het is een vreemd aandoende mix van andere rechtsfiguren : een stukje verenigingsrecht, een beetje goederenrecht, wat gemeenschapsrecht en een deel eigendomsrecht. En dat alles gelardeerd met een hoop misleidende terminologie. Zo is een ‘appartementseigenaar’ helemaal geen eigenaar. Althans, dat is hij wel, deels, maar niet op de manier waarop men het eigenaarschap in het dagelijks taalgebruik begrijpt.
Deze week, op 27 oktober 2021, is de Wet open overheid (‘Woo’) gespubliceerd in het Staatsblad. Zie Stb. 2021,499. Tegelijkertijd is een wijziging op die wet gepubliceerd: Stb. 2021, 500. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (‘Wob’). De Woo bepaalt in art. 10.1 dan ook dat de Wob wordt ingetrokken. De Wook is nog niet in werking getreden. Over de inwerkingtreding is het volgende bepaald …
Rechters zijn verplicht om hun uitspraken te motiveren. Dat heeft een aantal redenen, waaronder het rechtsgevoel van de partijen bij de rechtszaak. Iemand die in een procedure in het ongelijk wordt gesteld, zal zijn verlies gemakkelijker accepteren wanneer hem wordt verteld waarom hij in het ongelijk is gesteld. En dat heeft op zijn beurt weer te maken met respect. Rechters die niet motiveren zijn als ouders die tegen hun kind zeggen : “Het is gewoon zo, en nu je mond houden!” Vraag is daarom waarom het bij sommige instanties zo schort aan die motivering…
Polen ligt op ramkoers met de Europese Unie, zo bleek deze week weer. Nadat de Poolse rechter op 14 juli 2021 al in was gegaan tegen een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, was het afgelopen week weer raak : op 7 oktober 2021 oordeelde het Poolse Constitutioneel Hof dat het Poolse recht in een aantal gevallen boven het Europese recht gaat. Hetgeen bij ons de vraag opriep : hoe zat dat ook alweer met de relatie tussen het Europese recht en het nationale recht?
Zoals gezegd : grondrechten worden steeds belangrijker. Niet zozeer vanwege de dreigende schending ervan door de staat, maar veeleer in ‘horizontale’ zin. Oftewel tussen burgers en bedrijven onderling. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw worden steeds meer publieke diensten geprivatiseerd. En het kan toch niet zo zijn dat daarmee de gebondenheid aan grondrechten wordt ontlopen? En wat te denken van moderne private diensten van algemeen belang, die van meet af aan al nooit door de overheid zijn verleend?
Dat Nimby-gedrag niet alleen maar komt door egoïsme is al lang bekend in de sociale psychologie. Dat mensen in opstand komen tegen bouwprojecten vindt voor een belangrijk deel ook zijn oorzaak in rechtvaardigheidspercepties. Daarover is de goegemeente in bestuurlijk Nederland het inmiddels wel eens. Vandaar ook de nadruk die tegenwoordig zo wordt gelegd op participatie. Toch is dat (lang) niet het hele verhaal. En dat mochten we onlangs weer uit de doeken doen in het Brabants Dagblad.
We leven in een tijd waarin de grondrechten steeds belangrijker worden. U kent ze wel : regels zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa. Maar hoe werken deze regels nu eigenlijk?
Stel dat je buurman een vergunning heeft gekregen voor een uitbouw, en dat dat jou niet zint. Je wilt bezwaar maken. Maar je wilt ook geen ruzie met je buurman. Kun je dan anoniem bezwaar maken? Sterker, is de gemeente niet sowieso verplicht om bezwaren anoniem te houden?